Joost van Kempen vertelt aan Raymond Bouwman (dertig jaar
realisten) dat hij jaloers is op schilders die meer vanuit
hun fantasie kunnen werken. Het is niet zo dat Joost geen
fantasie bezit, maar als hij zich bij zijn werk te veel
laat leiden door zijn verbeelding dan gaat dat ten koste
van de sfeer die hij wil scheppen. In de loop der jaren
heeft Joost echter heel wat ideeën verzameld. In
het begin waren het voornamelijk bakstenen die hij schilderde,
een eindeloze hoeveelheid bakstenen.
Ook groene landschappen heeft hij veel gemaakt. Inmiddels
is het groen wat op de achtergrond geraakt. Hoewel het
landschap hem nog steeds fascineert. Tijdens zijn vele
bezoeken aan Italië kwam Joost erachter dat in
zijn schilderijen nauwelijks warme kleuren voorkwamen.
Jammer vond hij dat want hij kan intens genieten van
de Italiaanse sfeer. Zo kregen warmere tinten en ook
het contrast tussen licht en donker een grotere plaats
in zijn werk. Vroeger was zijn streven om die contrasten
voornamelijk uit te beelden in stoffen. Een metalen
voorwerp, zoals een fiets, een hek tegenover het wollige
van een boomlandschap (zie het schilderij Vondelpark).Fel
zonlicht kwam niet voor in zijn werk. Hij koos toen
voor het milde strijklicht. Deze wijze van verbeelden
heeft Joost achter zich gelaten.
Hij ging op zoek naar het contrast en vond dat in Pompeï;
donkere ruimtes en felle lichtbanen. Joost ziet het
als een uitdaging om zich vol overgave op het licht
te werpen. Hetgeen hem vroeger niet lukte, weet hij
nu, na een aantal jaren experimenteren, uitstekend weer
te geven. Zijn werk is later ook abstracter van opzet
geworden. Veel voorkomend zijn dan de geometrische vlakken.
Bron: Dertig jaar realisten. Einderedactie:
janna van zon. (ISBN 90-71403025)
Literatuur: De Mokum Collectie (ISBN 90-71403-01-7)